Quantiferon / IGRA-test (interferon-gamma test)

Bij de afweer tegen tuberculose speelt de T-celafhankelijke immuunrespons de belangrijkste rol. De IGRA berust op het principe dat T-cellen van personen die gesensibiliseerd zijn met M. tuberculosis-antigenen, interferongamma (IFN-γ) produceren als zij opnieuw met deze antigenen in aanraking komen.

De IGRA meet, in bloed, de respons van T-lymfocyten tegen M. tuberculosis antigenen. T-lymfocyten die met M.tuberculosis geïnfecteerd zijn, zullen de specifieke antigenen herkennen en in reactie daarop IFN-γ uitscheiden.

In tegenstelling tot de Mantoux-test vertoont de IGRA geen kruisreactie met BCG-vaccinatie (M. Bovis BCG antigenen zitten niet in de test).

Een afnameset van de nieuwe generatie IGRA test bestaat uit 4 buisjes: 2 antigeenspecifieke buisjes (TB1en TB2), een positieve controle buis (met mitogeen) en een negatieve controle buis. Het TB1-buisje bevat peptiden van ESAT-6 en CFP-10 die zijn ontworpen om celgemedieerde immuunreacties te veroorzaken bij CD4+ T-helper lymfocyten. Het TB2-buisje bevat een aanvullende set peptiden die zijn gericht op de inductie van celgemedieerde immuunreacties van CD8+ cytotoxische T-lymfocyten. In de natuurlijke evolutie van M. tuberculosis-infectie spelen CD4+ T-cellen spelen een kritieke rol bij immunologische controle via het afscheiden van het cytokine IFN-γ. Het is gebleken dat CD8+ T-cellen deelnemen aan de afweer tegen M. tuberculosis door IFN-γ en andere oplosbare factoren te produceren, waardoor macrofagen worden geactiveerd om de groei van M. tuberculosis te onderdrukken, geïnfecteerde cellen te doden of intracellulair M. tuberculosis direct te lyseren.

De mate van IFN-γ-productie bepaalt of een patiënt positief is of niet. Met het positieve controle buisje met mitogeen wordt gecontroleerd of het immuunsysteem (T-cel functie) van de patient adequaat functioneert, en of de incubatie en de behandeling van het bloedmonster volgens de voorschriften zijn verlopen. Met de negatieve controle buis wordt het bloedmonster gecontroleerd op aspecifieke IFN-γ productie en op de aanwezigheid van heterofiele antilichamen.

De uitslag van IGRA kan positief, negatief of niet te interpreteren (indeterminate) zijn. Een niet te interpreteren uitslag kan ontstaan door lage respons in de positieve controle mitogen-buis (bijv. door onvermogen van de T-cellen IFN-γ te produceren) of hoge concentraties circulerend IFN- γ of de aanwezigheid van heterofiele antilichamen in de controle buis. Een ‘indeterminate’ uitslag kan ook ontstaan als de afname, transport, opslag, de incubatie en de behandeling van het bloedmonster niet volgens de procedures zijn verlopen. Het afnemen van een nieuw monster wordt om al bovenstaande redenen zinvol geacht bij een niet te interpreteren uitslag.

Link RIVM tuberculose